Hoofdstukken

71. Beter van A naar B

Je smartphone zit boordevol bijzondere techniek. Maar tussen al die chips zit er één die wel heel bijzonder is. Hoewel hij niet groter is dan een gemiddelde vingernagel kan de navigatiechip in je telefoon te allen tijde bepalen waar je uithangt, waar je ook bent op de wereld.

Die chip kan dat natuurlijk niet zomaar. Hij maakt daarvoor gebruik van een satellietnavigatiesysteem, in het Engels ook wel een global navigation satellite system (GNSS) genoemd. De bekendste GNSS is het Global Positioning System (GPS). De Amerikanen begonnen in de jaren zestig van de vorige eeuw al met de ontwikkeling ervan. GPS bestaat momenteel uit maar liefst 31 actieve satellieten, die op zo’n 20.000 kilometer hoogte in een baan om de aarde vliegen.

Waar op aarde ben je?
Iedere dag vliegen de satellieten van het Global Positioning System twee hele rondjes om de aarde. Terwijl ze dat doen, zenden ze radiosignalen naar onze planeet. Daar merk je weinig van. Behalve als je een GPS-ontvanger bij je draagt. Ieder radiosignaal dat de satellieten naar de aarde sturen bevat informatie over het tijdstip waarop het verzonden is. Door dat tijdstip af te trekken van het tijdstip waarop het signaal ontvangen is, kan de ontvanger berekenen hoe lang het signaal onderweg geweest is. Aan de hand van die informatie kan de afstand tot de navigatiesatelliet worden bepaald.

Aan een individueel signaal van zo’n satelliet heb je helaas weinig. Het geeft dan wel de afstand tot de satelliet, maar niet waar je zelf op aarde bent. Voor een goede positiebepaling heb je minstens drie werkende satellieten nodig, maar een groter aantal is nog beter. Wanneer een ontvanger de signalen van verschillende satellieten binnenkrijgt en bepaalt waar die satellieten zich bevinden, kan hij aan de hand van die gegevens precies berekenen waar jij bent op aarde. En met de juiste software, zoals Google Maps of de software in je TomTom, kan hij je dat nog vertellen ook.

De eerste satellieten van het Global Positioning System vlogen al in 1978 naar de ruimte. Maar hoewel het door het Amerikaanse leger gebouwde GPS nu veruit het bekendste GNSS ter wereld is, is het zeker niet de enige. Al in 1982 lanceerde de Sovjet-Unie de eerste kunstmanen van zijn eigen GLONASS-navigatiesysteem. Hoewel het satellietenstelsel in de jaren negentig in verval raakt door economische tegenslagen, is het sinds 2011 weer helemaal operationeel.

Preciezer dan GPS
Naast Rusland werkt ook China aan zijn eigen GNSS, dat half 2020 gereed is. En in Europa werken we momenteel hard aan Galileo. Dat satellietnavigatiesysteem moet bij voltooiing bestaan uit 30 satellieten, inclusief drie reserve-satellieten. Het gros van die kunstmanen draait inmiddels rondjes om de aarde op zo’n 23.000 kilometer hoogte.

Omdat de satellieten op grotere afstand om de aarde staan dan hun collega’s van het Global Positioning System, zorgt Galileo voor een betere dekking, vooral in het gebied rondom de polen. En dankzij gemoderniseerde signalen is Galileo straks ook preciezer dan GPS. In 2013 is het systeem voor het eerst gebruikt bij een plaatsbepaling. In de jaren erna zullen de overige 26 satellieten van het stelsel in hoog tempo gelanceerd worden, waardoor Galileo steeds beter wordt.

Beeld: ESA

Steun Ruimtevaartverhalen.nl

Vond je dit een interessant ruimtevaartverhaal? Via de module hieronder kun je Ruimtevaartverhalen steunen. Selecteer het bedrag dat je wil doneren, klik op ‘Doneer’ en doorloop de stappen die volgen.

 

Totaal: € -