Hoofdstukken

69. Klein, maar fijn

NASA 2071140 77.6F

Ze zijn niet groter dan een melkpak, de drie Nederlandse satellieten die in november 2013 met een Russische Dnepr-raket (het kleinere neefje van de Sojoez) naar de ruimte vliegen. Maar laat je niet op het verkeerde been zetten door hun beperkte omvang: de drie kleine kunstmanen hebben heel wat in hun mars.

De FUN- Cube-1 laat scholieren kleine experimenten uitvoeren in de ruimte terwijl de Triton-1 de scheepvaartbewegingen op de oceanen in kaart brengt. En de door de TU Delft ontwikkelde Delfi-n3xt sleept talloze nieuwe technieken mee de ruimte in die daar getest worden.

Daaronder bevindt zich onder andere een technologie die ervoor zorgt dat de zonnepanelen van de kleine kunstmaan altijd op de zon gericht zijn en een nieuwe voortstuwingstechniek die de satelliet de goede kant op stuurt door telkens kleine beetjes stikstof los te laten.

Melkpaksatellieten
Tegelijk met de drie Nederlandse satellieten worden er op de lanceerdag nog eens tientallen andere kunstmanen losgelaten in de ruimte. En hun aantal groeit al jaren gestaag. Sinds het begin van het millennium worden de zogeheten nanosatellieten steeds meer gezien als de toekomst van de ruimtevaart.

Het idee komt van de beroemde Stanford Universiteit in Californië, waar hoogleraar Bob Twiggs in 1999 de CubeSat bedenkt. CubeSats zijn kleine satellieten van 10 bij 10 bij 10 centimeter, waar studenten naar hartenlust mee kunnen experimenteren. Een paar jaar later – in 2003 – vliegen de eerste CubeSats al naar de ruimte.

Het ontwikkelen en lanceren van CubeSats en andere nanosatellieten is veel goedkoper dan het bouwen van hun grotere evenknie. Wil je een kilogram materiaal naar de ruimte schieten, dan kost dat volgens de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA zo’n 15.000 euro. De lanceerkosten van normale satellieten lopen al snel in de miljoenen euro’s.

Ter vergelijking: de ‘melkpaksatellieten’ (drie CubeSats op elkaar zijn ongeveer even groot als een melkpak) die Nederland in november 2013 laat verschepen wegen ieder zo’n 10 kilogram. Daarnaast zijn nanosatellieten ook nog eens met elkaar te combineren en een stuk sneller te bouwen: binnen een halfjaar kan zo’n kleine kunstmaan al klaar zijn voor zijn reis naar het heelal.

Een satellietenzwerm
Dankzij de voordelige nanosatellieten wordt het voor bedrijven en wetenschappers steeds goedkoper en gemakkelijker om hun nieuwe technieken in de ruimte te testen. Ook voor langere duur.

Maar het blijft niet alleen bij het testen van individuele technieken. Bij de Universiteiten van Twente en Delft werken ze bijvoorbeeld mee aan het Orbital Low Frequency Array (OLFAR), een ‘zwerm’ van nanosatellieten die samen dienst doen als één grote antenne. Met deze radiotelescoop hopen wetenschappers signalen op te vangen die bijna net zo oud zijn als de oerknal. Door die signalen te analyseren leren we hopelijk meer over het ontstaan van het universum.

Beeld: NASA

Steun Ruimtevaartverhalen.nl

Vond je dit een interessant ruimtevaartverhaal? Via de module hieronder kun je Ruimtevaartverhalen steunen. Selecteer het bedrag dat je wil doneren, klik op ‘Doneer’ en doorloop de stappen die volgen.

 

Totaal: € -