Hoofdstukken

67. Weg uit het planetenstelsel

Als je met een schep een gat van de ene kant van de aarde naar de andere zou kunnen graven, zou je uiteindelijk een gat hebben van 12.756 kilometer diep. Die afstand is de diameter van onze planeet. Gigantisch natuurlijk, maar hij valt in het niet bij andere afstanden in ons zonnestelsel.

Als je de aarde vergelijkt met een druif, dan is de zon ongeveer zo groot als een strandbal en staat hij op zo’n 150 meter afstand bij de aarde vandaan.Wil je Neptunus – de buitenste planeet van het zonnestelsel – bezoeken, dan moet je ongeveer dertig keer zo ver reizen.

Astronomische eenheid
In werkelijkheid is de afstand van de aarde tot de zon 149.597.871 kilometer. Die afstand noemen we de ‘astronomische eenheid’ (astronomical unit, AU). Sla je aan het rekenen dan zie je dat Neptunus zo’n 4,5 miljard kilometer bij ons vandaan ligt. Zelfs op hoge snelheid is dat op z’n zachtst gezegd een flink eind vliegen.

Toch ligt de rand van het zonnestelsel nog veel verder. Die rand noemen we de heliosfeer. Die kan je zien als een grote bel die de zon en zijn planeten beschermt tegen invloeden van buitenaf. De rand van de heliosfeer bevindt zich op ongeveer 120 AU van de zon.

Bijna alle sondes die we de ruimte in hebben geschoten, bevinden zich binnenin die denkbeeldige bel. Bíjna allemaal inderdaad, want er zijn er een aantal die het zonnestelsel inmiddels hebben verlaten. Uit metingen van NASA blijkt dat ruimtesonde Voyager 1 in augustus 2012 de heliosfeer uit is gevlogen. Sinds dat moment vliegt hij door de interstellaire ruimte, het gebied tussen de sterren in.

Voyager 1 deed maar liefst 36 jaar over zijn reis. Dat lijkt lang, maar met zijn snelheid van 17 kilometer per seconde is de sonde een van de snelste ruimtevoertuigen aller tijden. De in 1977 gelanceerde sonde maakt tijdens zijn vlucht dankbaar gebruik van de zwaartekracht van de planeten.

Een nieuwe missie
Het oorspronkelijke doel van de sonde (en zijn tweelingbroer Voyager 2) is het onderzoeken van de buitenste planeten van het zonnestelsel. Anderhalf jaar na de lancering vliegt Voyager 1 langs Jupiter en weer anderhalf jaar later kan hij Saturnus in zijn achteruitkijkspiegel zien.

De missie van de twee sondes komt in 1989 al aan zijn eind, wanneer Voyager 2 Neptunus op korte afstand voorbij scheert. Omdat de twee sondes nog steeds prima werken, krijgen ze op dat moment een nieuwe missie: het verkennen van de interstellaire ruimte.

Door de jaren heen wordt een groot deel van de instrumenten van de Voyagers uitgeschakeld om stroom te besparen. Voyager 1 bereikt daardoor in 2004 de buitenste schil van het zonnestelsel en verlaat de heliosfeer acht jaar later. (Ook zijn tweelingbroer Voyager 2 vliegt inmiddels – sinds november 2018 – door de oneindige ruimte).

Met zijn huidige snelheid komt Voyager 1 over zo’n 40.000 jaar in de buurt van een andere ster, die zich bevindt in het sterrenbeeld Giraffe. Over astronomische afstanden gesproken.

Beeld: NASA / JPL

Steun Ruimtevaartverhalen.nl

Vond je dit een interessant ruimtevaartverhaal? Via de module hieronder kun je Ruimtevaartverhalen steunen. Selecteer het bedrag dat je wil doneren, klik op ‘Doneer’ en doorloop de stappen die volgen.

 

Totaal: € -