Hoofdstukken

63. Op ramkoers met de aarde

De aarde is in de 4,56 miljard jaar dat hij bestaat talloze keren getroffen door reusachtige planetoïden en kometen. De beroemdste van al die buitenaards bombardementen is zonder twijfel het voorwerp dat 66 miljoen geleden neerstortte op het Mexicaanse schiereiland Yucatán.

Die explosie slingert gigantische hoeveelheden puin en stof de lucht in. Dat stof blijft maanden lang hangen, waardoor zonnestralen de aarde niet kunnen bereiken en talloze planten uitsterven. Omdat daarmee voedsel schaars wordt, leggen de plantenetende dinosaurussen het loodje, waarna de vleeseters volgen. Je hoeft geen raketgeleerde te zijn om door te hebben dat een botsing met een soortgelijke komeet of planetoïde ook nu desastreuze gevolgen kan hebben.

Ogen open houden
Reden genoeg voor ruimtevaartorganisaties en overheden om hun ogen goed open te houden. Een van de organisaties die het heelal afspeurt naar potentieel gevaarlijke stukken ruimterots, is NEOShield. Die samenwerking tussen de Verenigde Staten, Rusland en Europa zoekt continu naar objecten die zich in de zogenoemde near-earth orbit (NEO) bevinden.

Een voorwerp in de ruimte wordt bestempeld als NEO-object als het tijdens zijn baan de aarde dichter nadert dan 45 miljoen kilometer. Dat is ongeveer een derde van de afstand tot de zon. Tot nu toe heeft NEOShield een kleine 10.000 objecten in kaart gebracht.

Daarnaast kunnen ook asteroïden in de asteroïdengordel tussen Jupiter en Mars uit hun baan schieten en op aarde af komen stevenen. Naar schatting zijn er honderd keer meer planetoïden en kometen dan we tot nu toe gevonden hebben: 1 miljoen daarvan zijn groot genoeg om een stad als NewYork van de kaart te vegen.

Een duwtje in de goede richting
Willen we de aarde redden van een catastrofale inslag zoals die van de komeet die de dinosaurussen deed uitsterven, dan moeten we gevaarlijke stukken ruimterots vroeg zien te spotten. Pas dan is er genoeg tijd om ze uit hun baan te duwen. Dat kan door er bijvoorbeeld een raket naartoe te sturen. Als zo’n raket met genoeg snelheid tegen een planetoïde knalt, dan kan hij hem mogelijk uit zijn baan stoten op dezelfde manier als een biljartbal die tegen een andere biljartbal stoot.

In het verlengde van deze zogenoemde kinetic impactor-methode ligt de blast deflection. Bij die methode wordt een nucleaire raket naar een stuk ruimterots gevlogen. Is hij eenmaal in de buurt, dan ontploft hij, waardoor de komeet een andere richting in wordt geblazen.

Hoe mooi blast deflection ook klinkt, de methode is niet helemaal zonder gevaren. Mocht het stuk ruimterots door de ontploffing uit elkaar spatten, dan komt er niet één voorwerp op onze planeet af, maar talloze kleinere. Daarom wordt er nog steeds gezocht naar andere methoden om een inslag af te weren.

Een daarvan is het gebruiken van een zogenoemde ‘zwaartekrachttrekker’. Dat is een ruimteschip dat zijn eigen zwaartekrachtveld gebruikt om een voorwerp in een andere baan te trekken. Theoretisch moet dat mogelijk zijn, denken astronauten Edward Lu en Stanley Love, die het plan bedachten. De snelheid van een planetoïde hoeft namelijk maar een klein beetje te wijzigen om het stuk rots van baan te laten veranderen en zo onze planeet in veiligheid te brengen.

Beeld: Donald E. Davis / Wikimedia Commons

Steun Ruimtevaartverhalen.nl

Vond je dit een interessant ruimtevaartverhaal? Via de module hieronder kun je Ruimtevaartverhalen steunen. Selecteer het bedrag dat je wil doneren, klik op ‘Doneer’ en doorloop de stappen die volgen.

 

Totaal: € -