Hoofdstukken

62. Zwevend zwerfvuil

Als een totale verrassing komt hij: de meteoor die op 15 februari 2013 boven de Russische stad Tsjeljabinsk uiteen spat. De knal die dat veroorzaakt is zó hard dat hij duizenden kilometers verderop nog hoorbaar is. En de schokgolf die met de ontploffing gepaard gaat is zo hevig dat in grote delen van de stad ruiten sneuvelen. De scherven die daarbij in het rond vliegen zorgen ervoor dat er zo’n 1200 mensen snijwonden oplopen. Sommigen van die wonden zijn zo ernstig dat ze in het ziekenhuis behandeld moesten worden.

Zoals de meteoor van Tsjeljabinsk, zo zijn er meer. Veel meer. Wetenschappers van ruimtevaartorganisaties volgen een deel van die planetoïden op de voet. Hetzelfde geldt voor een groot deel van de kleinere stukken afval die rond de aarde zweven, wat vaak onderdelen van oude ruimtevoertuigen zijn. Meer dan een half miljoen van die stukjes zwerfafval worden in de gaten gehouden. 20.000 ervan zijn groter dan tien centimeter. En dan nog is dat slechts een fractie van alles wat daarbuiten rondzweeft.

Afvalregen
In een gemiddeld jaar regenen er talloze stukjes ruimtepuin neer op de aarde. Daar merken we weinig van omdat onze atmosfeer ons daar bijzonder goed tegen beschermt. Wanneer een voorwerp de dampkring binnendringt, botst hij op de lucht in die dampkring. De wrijving die daarbij ontstaat veroorzaakt een allesverzengende hitte, waardoor het ruimtepuin vlam vat en in de meeste gevallen helemaal opbrandt.

De kans dat je geraakt wordt door een stuk afval uit de ruimte is daardoor heel erg klein. Vooralsnog is er maar één geval bekend: in 1997 kreeg de Amerikaanse Lottie Williams een klein stuk van een Delta II-raket op haar schouder. Maar ze raakte daarbij niet gewond.

Enige uitzonderingen daargelaten hebben we op aarde weinig last van ruimtepuin. Maar in de ruimte des te meer. De stukjes ruimterots en onderdelen van oude satellieten die in de ruimte zweven hebben een snelheid tot wel 28.000 kilometer per uur. Ze laten zich niet tegenhouden en kunnen veel schade aanrichten aan onze satellieten en ruimtevoertuigen.

Tijdens zijn tweede verblijf in de ruimte in 2011 en 2012 moeten astronaut André Kuipers en de rest van de bemanning van het ISS bijvoorbeeld uitwijken voor ruimtepuin dat op het ISS afstevent. Nadat ze dekking hebben genomen wacht de bemanning vanuit de cabine van het aan het ISS gekoppelde Sojoez-ruimteschip in spanning totdat de kust veilig is.

Botsing in de ruimte
Zo’n ontmoeting met een stuurloos stuk ruimteafval gaat echter niet altijd goed. In 2009 knalt er bijvoorbeeld een sinds 1995 oncontroleerbaar rondzwevende Russische satelliet tegen een Amerikaanse kunstmaan. De botsing resulteert in duizenden kleine stukjes ruimteafval, waarvan ook nu nog een deel oncontroleerbaar rondtolt in een baan om onze planeet.

De directe omgeving van onze planeet begint door de toename aan ruimteafval steeds meer op een gewichtloze vuilnisbelt te lijken. Onder andere de Europese ruimtevaartorganisatie ESA wil dit zwevende zwerfvuil gaan opruimen. Binnen het e.Deorbit-project wordt gezocht naar een manier om een stuk ruimtepuin van minstens 4000 kilo te vangen om het daarna gecontroleerd te laten verbranden in de aardse atmosfeer. Het uiteindelijke doel: het ontwikkelen van een vuilniswagen voor in de ruimte.

Beeld: ESA

Steun Ruimtevaartverhalen.nl

Vond je dit een interessant ruimtevaartverhaal? Via de module hieronder kun je Ruimtevaartverhalen steunen. Selecteer het bedrag dat je wil doneren, klik op ‘Doneer’ en doorloop de stappen die volgen.

 

Totaal: € -