Hoofdstukken

57. Met andere ogen bekeken

Met het blote oog zijn er vanaf de aarde ongeveer 2500 sterren te zien. Maar de kans dat je er ook daadwerkelijk zoveel ziet, is klein. De talloze lichten die we met z’n allen ’s nachts op aarde laten branden, van straatlantaarns tot de verlichting van gebouwen, belemmeren namelijk ons zicht.

Dat aardse licht zorgt ervoor dat we het licht van de wat zwakkere sterren niet kunnen zien. Hoe meer er is van die zogenoemde ‘lichtvervuiling’, hoe minder sterren wij dus zien. Dat tot grote ergernis van sterrenkundigen, die steeds grotere telescopen moeten bouwen en ze op steeds lastiger bereikbare plekken moeten neerzetten om ver de ruimte in te kunnen kijken.

Geen gefonkel
Niet alleen lichtvervuiling, maar ook gassen in de aardse atmosfeer maken het lastig om verre sterren te bekijken. De gassen vertekenen het beeld van de sterren en veroorzaken de illusie dat sterren fonkelen, wat ze in werkelijkheid niet doen.

Wie met een ruimtetelescoop naar de sterren kijkt, heeft veel minder last van lichtvervuiling en vertekening. Het idee van telescopen in een baan om de aarde stamt al uit 1946. In dat jaar komt de Amerikaanse astrofysicus Lyman Spitzer ermee op de proppen. Toch duurt het daarna nog tientallen jaren voordat er ook daadwerkelijk een ruimtetelescoop wordt gelanceerd.

Van alle telescopen die nu rond de aarde zweven, is de Hubble Space Telescope (HST) veruit de beroemdste. De in 1990 aan boord van een spaceshuttle gelanceerde Hubble werkt volgens het Schmidt-Cassegrain-principe (zie Staren naar de sterren). Het licht van de sterren valt op een spiegel en kaatst vanaf daar naar een tweede spiegel. Deze tweede spiegel stuurt het licht door een gat in het midden van de eerste spiegel terug.

Achter dat gat bevinden zich de wetenschappelijke instrumenten van Hubble. Aan de hand van het terugkaatsende licht berekenen die instrumenten allerlei informatie over de sterren. Hubble zit vol met instrumenten, die allemaal weer op heel andere dingen letten. Om dat te kunnen doen, maken ze gebruik van verschillende technieken en kijken ze naar verschillende soorten licht.

Het juiste licht
Zoals je in misdaadfilms en -series weleens hebt gezien, laat gewoon daglicht namelijk niet altijd alles zien. Weggepoetste bloedspetters zijn bijvoorbeeld bij gewoon licht onzichtbaar, maar lichten bij het gebruik van een ultraviolette lamp ineens op. Hetzelfde principe geldt in de ruimte: door met andere ogen te kijken, worden andere geheimen onthuld. Wie het juiste licht gebruikt kan daarmee zelfs zwarte gaten ontdekken. Dat zijn plekken in de ruimte waar de zwaartekracht zo hevig is, dat het alles in zijn omgeving opslokt – zélfs zichtbaar licht.

Omdat sommige ontdekkingen alleen gedaan kunnen worden met andere soorten licht, bevat de HST talloze verschillende instrumenten. De Wide Field Camera 3 vangt bijvoorbeeld bijna-infrarood, bijna-ultraviolet en zichtbaar licht op, terwijl de Cosmic Origins Spectograph alleen ultraviolet licht ziet. Weer andere telescopen kijken naar röntgenstraling, gammastraling en infraroodlicht.

Vooral op die laatste wordt flink ingezet, onder andere met de Herschel-telescoop en de James Webb Space Telescope (JWST). Die laatste wordt gezien als de geestelijke opvolger van Hubble en moet de geboorte van sterrenstelsels, sterren en planeten in beeld gaan brengen. Volgens het huidige plan moet de JWST in 2021 naar de ruimte vliegen. Hubble moet dan nog op zijn minst vier jaar meegaan.

Beeld: NASA / JPL

Steun Ruimtevaartverhalen.nl

Vond je dit een interessant ruimtevaartverhaal? Via de module hieronder kun je Ruimtevaartverhalen steunen. Selecteer het bedrag dat je wil doneren, klik op ‘Doneer’ en doorloop de stappen die volgen.

 

Totaal: € -