Hoofdstukken

55. Reddende engelen

‘We waren aan het zonnebaden in Phuket toen we plotseling een ongelooflijk gebrul hoorden. Toen we opkeken zagen we een 6 meter hoge muur van water op ons af denderen. Mijn vriendin en ik schoten overeind en begonnen te rennen voor ons leven.’

Doodsangsten staat toerist Vijay Patel uit wanneer zijn Thaise zonvakantie op 26 december 2004 ruw wordt verstoord door een tsunami. Na een zware zeebeving in de Indische Oceaan ontstaat er een enorme vloedgolf die grote delen van de Indische, Thaise en Indonesische kust vernielt. Uiteindelijk kost de tsunami – een van de grootste natuurrampen aller tijden – 230.000 mensen het leven.

Vloedgolven en aardbevingen spotten
Dat de tsunami van tweede kerstdag 2004 zoveel slachtoffers eist, komt deels doordat niemand hem ziet aankomen. Hoewel het voorspellen van vloedgolven ook nu nog moeilijk is, is er sinds die noodlottige dag wel een flinke verbeteringsslag gemaakt. Inmiddels zijn er over de hele wereld speciale boeien in de oceanen geplaatst, die in contact staan met sensoren op de zeebodem.

Zodra zo’n sensor een trilling opmerkt stuurt hij een akoestisch signaal naar de boei. De boei geeft daarop een seintje aan een satelliet, die de informatie doorspeelt aan deskundigen op aarde. Zij kunnen vervolgens de lokale bevolking waarschuwen voor een mogelijke vloedgolf.

Dankzij satellieten kan er niet alleen beter worden gewaarschuwd voor vloedgolven, maar ook voor zware aardbevingen. NASA en READI – een samenwerkingsverband van verschillende Amerikaanse universiteiten – gebruiken daar bijvoorbeeld GPS- satellieten voor.

Dergelijke navigatiesatellieten sturen de hele dag door signalen naar de aarde. Die signalen kunnen met ontvangers worden opgepikt of teruggekaatst. Door de uitgezonden en teruggekaatste signalen met elkaar te vergelijken kan de positie van een ontvanger bepaald worden.

Plaats je zulke ontvangers dicht bij een zwak punt in de aardkorst en begint de aarde te beven, dan verandert de ontvanger van plek. De satellieten pikken dit op, waardoor ze tot tien keer sneller een waarschuwing de deur uit kunnen doen dan oudere systemen.

Hulp vanuit de ruimte
Het gebruik van satellieten om tsunami’s of aardbevingen te spotten is slechts één van de manieren waarop de ruimtevaart een helpende hand kan bieden bij een rampscenario. De metingen van de nieuwe generatie Europese weersatellieten (Meteosat) zijn bijvoorbeeld zó precies dat ze zelfs plotselinge weersveranderingen in relatief kleine gebieden kunnen zien.

Ook hulpdiensten maken bij natuurrampen steeds vaker gebruik van gedetailleerde ruimtefoto’s, die een actueel beeld van de omgeving schetsen. Laten die foto’s zien dat de wegen in een gebied zijn weggevaagd door modderstromen, dan kunnen hulpdiensten meteen omschakelen naar een andere route, wat niet alleen tijd bespaart, maar ook mensenlevens kan redden.

Wie ondanks dergelijke waarschuwingssystemen alsnog in de problemen komt, kan steeds vaker steunen op het in 2008 opgerichte COSPAS-SARSAT. Dat satellietsysteem pikt signalen van noodbakens op en lokaliseert vermiste of hulpbehoevende personen. Daardoor kunnen niet alleen schepen in nood, maar ook vliegtuigen en personen steeds gemakkelijker worden teruggevonden. Dankzij satellieten zijn we dus steeds minder aan ons lot overgeleverd.

Beeld: NASA

Steun Ruimtevaartverhalen.nl

Vond je dit een interessant ruimtevaartverhaal? Via de module hieronder kun je Ruimtevaartverhalen steunen. Selecteer het bedrag dat je wil doneren, klik op ‘Doneer’ en doorloop de stappen die volgen.

 

Totaal: € -