Hoofdstukken

48. Vliegende supermarkt

Wanneer astronauten naar het internationale ruimtestation ISS vliegen, nemen ze een hele berg boodschappen mee. Dat moet ook wel, aangezien je in de ruimte niet zomaar even naar de supermarkt kunt lopen. Onder die boodschappen bevindt zich uiteraard voedsel, maar ook water, lucht en stuwstof. Kortom: alles wat astronauten nodig hebben om het een tijdje uit te zingen.

Omdat de plek aan boord van een ruimteschip beperkt is, kunnen ruimtevaarders niet álles meenemen wat ze nodig hebben. Daar heeft de ruimtevaart wat op gevonden: onbemande vrachtschepen die als de SRV-wagens van weleer voorraden naar het ruimtestation brengen!

7100 kilo vracht
De afgelopen decennia zijn er vijf varianten van die vliegende supermarkten ontworpen. Het Russische vrachtschip Progress is in 1978 het eerste en brengt al ladingen naar het ruimtestation Saljoet 6. Een nieuwere versie van het op de Sojoez gebaseerde schip wordt ook nu nog gebruikt. De Verenigde Staten voeren dergelijke onbemande vrachtvluchten pas veel korter uit. In 2010 lanceert het commerciële bedrijf SpaceX zijn eerste Dragon-module.

Van alle vrachtschepen kan het in Europa ontworpen Automated Transfer Vehicle (ATV) veruit de meeste vracht meenemen. Het record: 7100 kilo aan stuwstof, water, gassen, experimenten en ‘droge lading’, zoals astronautenkleding en voedsel. De vlucht van zo’n ATV verloopt volledig automatisch, van lancering tot navigatie en van aankoppeling tot retourvlucht. Het vrachtschip bepaalt zijn positie met behulp van GPS en een ingebouwde sterrenkijker. Dat is een apparaat dat een positie bepaalt aan de hand van de stand van de sterren, net als kapiteins op grote zeeschepen dat honderden jaren geleden al deden.

ESA heeft in totaal vijf van zulke ATV’s gelanceerd, de laatste in 2014. De vlucht van een ATV duurt ongeveer een week, waarbij de ATV uiteindelijk met een snelheid van 28.000 kilometer per uur door de ruimte scheert. Net zo snel als het ISS, het ruimtestation waar de ATV moet aankoppelen.

60 centimeter
Wie weleens het resultaat van een botsing op een snelweg heeft gezien, kan zich voorstellen wat voor ravage een fout kan veroorzaken. Toch verloopt de koppeling van het ATV aan het internationale ruimtestation als vanzelf. Bij het aanmeren richt het Europese vrachtschip zich op een doel dat niet groter is dan 60 centimeter.

Om dat doel te vinden gebruikt ATV een Videometer, een sensor die laserstralen uitzendt. Reflectoren op de Zvezda-module van het ISS (de module waar vrachtschepen aanmeren) kaatsen die laserstralen terug, waardoor ATV weet of hij goed zit of nog een beetje moet bijsturen.

Zodra een vrachtschip op bezoek komt bij het ISS, beginnen de astronauten aan boord van het ruimtestation direct met uitpakken. Gedurende de zes maanden dat het vrachtschip blijft, doet het dienst als extra leefmodule en als vuilopslag.

Daarnaast duwt het vrachtschip ook het ISS een stukje hoger de ruimte in. Op 400 kilometer hoogte, de hoogte waar het ISS om de aarde draait, hangt namelijk nog steeds een dun laagje atmosfeer, dat het ruimtestation afremt. Daardoor komt het ISS iedere dag een klein stukje dichter bij aarde.

Zit de taak van het vrachtschip er na zes maanden op, dan wordt het losgekoppeld en keert het terug naar aarde. Daarbij neemt het toestel afval mee terug. Uiteindelijk verbrandt het vrachtschip in de dampkring.

Beeld: NASA

Steun Ruimtevaartverhalen.nl

Vond je dit een interessant ruimtevaartverhaal? Via de module hieronder kun je Ruimtevaartverhalen steunen. Selecteer het bedrag dat je wil doneren, klik op ‘Doneer’ en doorloop de stappen die volgen.

 

Totaal: € -