Hoofdstukken

41. Trainen voor de vlucht

‘Ga je een paraboolvlucht maken? Bereid je er dan maar vast op voor dat je gaat kotsen,’ glimlacht ruimtevaartjournalist Sander Koenen tijdens de lancering van zijn boek Droomvlucht, de biografie van André Kuipers. Astronautentraining is niet voor de poes. Toegelaten worden tot de training is al een taak op zich. Wie naar de ruimte wil, moet niet alleen fysiek erg fit zijn, maar ook slim.

Een bachelorstudie op het gebied van biologie, techniek of wiskunde en drie jaar werkervaring of jarenlange ervaring als piloot zijn nog maar een paar van de eisen. Zelfs als je daaraan voldoet, ben je nog niet verzekerd van een plek. Wanneer ESA in 2008 aangeeft op zoek te zijn naar nieuwe astronauten komen er 8413 cv’s binnen. Van die duizenden aanmelders worden er uiteindelijk zes opgeleid tot astronaut.

Extreem zwembad
Astronautentraining is grofweg te splitsen in drie onderdelen. De eerste daarvan is de basistraining. Bij dat deel van de training krijgen toekomstige astronauten onder andere theorieles over systemen en leren ze hoe een ruimteschip in elkaar steekt.

Daarnaast gaan ze heel veel duiken. Dat lijkt namelijk aardig op het maken van een ruimtewandeling. De duiklessen vinden plaats in het zogenoemde Neutral Bouyancy Laboratory, een watertank van 62 meter lang, 31 meter breed en 12 meter diep. Een training in dat extreme zwembad kan tot zeven uur in beslag nemen.

Omdat in de ruimte alles dankzij de gewichtloosheid net wat anders werkt dan op aarde, zijn astronauten veel tijd kwijt met oefenen. Veel van die oefeningen vinden plaats in de zogenoemde Space Vehicle Mockup Facility in het Johnson Space Centre in Houston.

Deze reusachtige zaal staat vol modellen van ISS-modules, die op ware grootte zijn nagebouwd. Iedere kandidaat-astronaut (ook wel AsCan, AStronaut CANdidate, genoemd) is hier ontelbare uren kwijt aan het perfectioneren van dagelijkse handelingen als het uitvoeren van wetenschappelijke experimenten, het nemen van monsters en het verplaatsen van apparatuur.

Dat verplaatsen van apparatuur gaat in de ruimte heel anders dan op aarde. Wegens het gebrek aan zwaartekracht en luchtweerstand, stoppen zware voorwerpen die astronauten een zetje geven niet vanzelf. En een zwaar voorwerp dat tegen de wand van het ISS botst kan zware beschadigingen aanbrengen, met alle mogelijke gevolgen van dien.

Om het omgaan met zware apparatuur te trainen, maken astronauten gebruik van de Precision Air-Bearing Floor. Die gladde metalen vloer zit vol kleine gaten waaruit lucht omhoog spuit. Die lucht laat zware voorwerpen zweven en simuleert zo gewichtloosheid.

Overal ter wereld
De basistraining van een astronaut duurt maximaal twee jaar. Daarbij vliegt hij de hele wereld over, van trainingscentrum naar trainingscentrum. En omdat het erg lastig communiceren is met een Russisch commandocentrum als je geen Russisch kent, moeten astronauten ook verschillende talen leren.

Tijdens de tweede fase van hun training leren astronauten bijvoorbeeld hoe ze een Sojoez moeten vliegen. De derde fase is toegespitst op de daadwerkelijke missie die de astronaut gaat uitvoeren.Voordat hij naar de ruimte mag, is een AsCan al gauw drie jaar aan het trainen. En dan moet de eigenlijke missie nog beginnen.

Beeld: PXHere

Steun Ruimtevaartverhalen.nl

Vond je dit een interessant ruimtevaartverhaal? Via de module hieronder kun je Ruimtevaartverhalen steunen. Selecteer het bedrag dat je wil doneren, klik op ‘Doneer’ en doorloop de stappen die volgen.

 

Totaal: € -