Hoofdstukken

23. Een veerboot voor de ruimte

Het is een gedrang van jewelste wanneer 4000 ruimtevaartliefhebbers op 2 november 2012 samendrommen op een industrieterrein vlak bij het Kennedy Space Center in Florida. En dat is niet zonder reden: de ruimtevaartfans mogen daar oog in oog staan met een echte spaceshuttle.

Anderhalf jaar daarvoor begint die shuttle – Atlantis – aan zijn drieëndertigste ruimtemissie. Het is niet alleen de laatste missie van Atlantis, maar ook de allerlaatste van alle spaceshuttles. Op die koude vrijdag in november rolt het ruimteveer met het tergend langzame tempo van 1,5 kilometer per uur van de lanceerbasis in Cape Canaveral naar een 16 kilometer verderop gelegen bezoekerscentrum; zijn laatste rustplaats.

135 vluchten
Het pensioen van Atlantis betekent het einde van NASA’s spaceshuttleprogramma. In de dertig jaar na de eerste vlucht van 12 april 1981 vliegt er 135 keer een ruimteveer naar de ruimte. Vooral in die beginjaren wordt de spaceshuttle gezien als de toekomst van de ruimtevaart.

Gedaan is het met het omhoog schieten van reusachtige, dure raketten die alleen kleine capsules vervoeren, vinden de Amerikanen: het is tijd voor een nieuw voertuig dat astronauten veilig, regelmatig en betaalbaar naar de ruimte moest brengen. Eens per week lanceren is het oorspronkelijke idee. De geplande kosten voor zo’n vlucht: slechts 20 miljoen dollar.

Ruim 9 jaar doet NASA over de ontwikkeling van zijn nieuwe ruimtevoertuig. De vlucht van zo’n shuttle ziet er heel anders uit dan wat we tot dan toe gewend zijn. Het eerste deel van de reis lift het ruimteveer mee met twee met vloeibare stuwstof gevulde raketten. Die boosters branden zo’n 2 minuten, waarna ze worden afgestoten en met parachutes in de Atlantische Oceaan landen.

Vanaf dat moment gaat het ruimteveer op eigen kracht verder. Omdat er aan boord weinig plek is voor stuwstof, haalt de shuttle dat uit een grote externe stuwstoftank onder zijn buik. Die bevat zowel vloeibare zuurstof als vloeibare waterstof, die in de motor van het ruimtevliegtuig met elkaar reageren en ontbranden.

Na zijn verblijf in de ruimte keert een spaceshuttle als vliegtuig terug de dampkring in. Daarmee is het ruimteveer het eerste ruimtevliegtuig ter wereld, al bedacht Boeing in de jaren zestig een soortgelijk toestel, maar dat project is nooit afgerond.

Met pensioen
NASA bouwt in totaal vijf shuttles die bemande missies uitvoeren in een baan om de aarde. Eén shuttle, de zesde, de Enterprise genoemd, wordt alleen gebruikt voor testmissies. Elke shuttle moet zo’n tien jaar meegaan. Doordat echter de bouw van het geplande internationale ruimtestation ISS extreme vertraging oploopt, doen de shuttles veel langer dienst.

Na de ramp met Spaceshuttle Columbia in 2003 (zie De laatste vlucht van ruimteveer Columbia) besluit NASA dat het tijd wordt de ruimteveren met pensioen te sturen. De ruimtevliegtuigen zijn niet veilig genoeg en met een totaalprijs van 209 miljard dollar is het spaceshuttleproject veel te duur geworden. In plaats van de geplande 20 miljoen kost het uitvoeren van één vlucht ruim 1,5 miljard dollar.

De ruimteveren worden één voor één uit roulatie gehaald. De vier overgebleven exemplaren staan inmiddels tentoongesteld op verschillende locaties in de Verenigde Staten.

Beeld: NASA

Steun Ruimtevaartverhalen.nl

Vond je dit een interessant ruimtevaartverhaal? Via de module hieronder kun je Ruimtevaartverhalen steunen. Selecteer het bedrag dat je wil doneren, klik op ‘Doneer’ en doorloop de stappen die volgen.

 

Totaal: € -