Hoofdstukken

21. De laatste redding

REF: JSC2000-E-28201 29 OCTOBER 2000. THE SOYUZ ROCKET MOVES TOWARD THE LAUNCH PAD AT THE BAIKONUR COMPLEX IN KAZAKHSTAN.

Ruimtevaart is niet zonder gevaren. De bemanning van Sojoez-vlucht T-10A weet daar alles van. Een kleine minuut voordat Vladimir Titov en Gennady Strekalov in september 1983 beginnen aan hun vlucht richting ruimtestation Saljoet-7, breekt er brand uit in hun raket.

De ervaren piloot Strekalov merkt dat er iets mis is, gespt zijn riemen extra goed vast en vertelt commandant Titov hetzelfde te doen. Meteen daarna schiet het duo de lucht in, terwijl de raket onder hen slechts seconden later met grof geweld uit elkaar spat.

Na een helse vlucht, waarbij de kosmonauten een druk van 20 G (20 keer de zwaartekracht) ervaren, landen Titov en Strekalov veilig op de grond. Het tweetal is gered door het volledig automatische Sistema Avariynogo Spaseniya, het noodsysteem van de Sojoez.

Gaat er iets mis tijdens de lancering, dan ontsteekt een raket boven op de commandomodule zijn motoren en trekt binnen een fractie van een seconde de module met de kosmonauten erin weg van het gevaar. Op een paar honderd meter hoogte schiet de noodraket los van de commandomodule, die daarna aan een parachute terug naar aarde zweeft, zoals bij een normale landing. Gaat een lancering volgens plan, dan wordt de noodvoorziening op enkele tientallen kilometers hoogte afgestoten.

Laatste redmiddel
Zo’n laatste reddingsmiddel heet een launch escape system (LES). Tot zo’n 100 seconden na het begin van de lancering kan zo’n LES de bemanning in veiligheid brengen. Niet alleen de Sojoez is uitgerust met zo’n ontsnappingstoren, ook de raketten van de Amerikaanse Mercury- en Apollo-programma’s en die van de Chinese Shenzhou-programma’s maken er gebruik van. Op foto’s zijn ze te zien als het puntje van de raket – al is dat puntje bij de Amerikaanse Saturnus V nog altijd 11 meter hoog, met een gewicht van ongeveer 4000 kilo.

Als hun Sojoez niet was uitgerust met een ontsnappingstoren, dan hadden de bemanningsleden van Sojoez T-10A hun avontuur niet kunnen navertellen. Toch hebben niet alle raketten zo’n noodtoren. Zo kiezen de Amerikanen tijdens het Gemini-project voor schietstoelen om gewicht te besparen. Spaceshuttles hebben in eerste instantie helemaal geen reddingsplan.

Na de ramp met Spaceshuttle Challenger (zie De ramp met de Challenger) bedenkt NASA er alsnog een: bij een noodgeval spurt de bemanning naar de deur en springt met een parachute naar buiten. Maar wel pas nadat de twee buitenste stuwstoftanks zo’n 2 minuten na het begin van de lancering zijn uitgebrand, de grote externe tank is gedumpt en de automatische piloot de shuttle in een zweefvlucht heeft gebracht.

Terug naar het oude en vertrouwde
Veel te ingewikkeld en een mogelijk recept voor rampspoed. Reden genoeg voor NASA om bij het ontwerp van zijn nieuwe ruimteschip Orion (zie Opnieuw naar de maan (en verder)) de ontsnappingstoren weer uit de kast te halen.

Anders dan bij andere raketten staat deze nieuwe noodvoorziening niet meer bovenop de capsule, maar zit hij om de commandomodule heen. Gaat er iets mis, dan schiet de ontsnappingsraket de module met een snelheid van 716 kilometer per uur bij de raket vandaan. Op weg naar een veilige landing.

Beeld: NASA

Steun Ruimtevaartverhalen.nl

Vond je dit een interessant ruimtevaartverhaal? Via de module hieronder kun je Ruimtevaartverhalen steunen. Selecteer het bedrag dat je wil doneren, klik op ‘Doneer’ en doorloop de stappen die volgen.

 

Totaal: € -