Hoofdstukken

10. Springplank naar de maan

Na zes succesvolle vluchten binnen het bemande ruimtevaartprogramma Project Mercury, krijgen de Amerikanen de smaak flink te pakken. De Sovjets zijn dan misschien wel de eersten die een mens rond de aarde laten vliegen, maar dat weerhoudt de Amerikanen er niet van de maan te veroveren (zie hoofdstuk ‘We choose to go to the moon’).

Maar voordat NASA de maan kan veroveren, moeten er nog flink wat problemen worden overwonnen. Van de zes astronauten die binnen Project Mercury door de ruimte vliegen, is er op dat moment niemand verder geweest dan een baan om de aarde. De langste van die vluchten duurde nog net geen anderhalve dag.

Reisje voor twee
Daarom roept de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie een halfjaar na de vlucht van Alan Shepard een nieuw project in het leven: Mercury Mark II. Omdat NASA van mening is dat een astronaut nooit in zijn eentje naar de maan kan vliegen, daar kan landen én kan terugkeren, wordt een nieuwe ruimtecapsule gemaakt waarin niet één, maar twee astronauten passen.

Weer een maand later, op 3 januari 1962, wordt Mercury Mark II omgedoopt tot Gemini, wat Latijn is voor tweeling. Het nieuwe project moet als springplank dienen voor de later geplande maanvluchten en -landingen. Een van de belangrijkste doelen van Gemini is het testen of astronauten lang genoeg in de ruimte kunnen blijven om de reis succesvol af te ronden. Tot dan toe is er weinig bekend over de gevolgen van langdurige blootstelling aan gewichtloosheid.

Dat wordt pas duidelijk wanneer het duo Frank Borman en James Lovell tijdens de zevende Gemini-missie in december 1965 bijna twee weken lang in de ruimte bivakkeert. Tegen het eind van hun verblijf brengt NASA nog eens twee collega’s in een baan om de aarde voor een missie van een compleet andere aard. Astronauten Wally Shirra en Thomas Stafford moeten met hun ruimteschip dat van hun collega’s tot op enkele tientallen centimeters naderen.

Twee capsules worden één
De missie van deze Gemini-vlucht VI-A dient als oefening voor het tweede en zonder twijfel spannendste deel van een maanreis. Omdat een voertuig op de maan laten landen en opnieuw lanceren te veel stuwstof kost, wil NASA tijdens zijn maanmissies gebruikmaken van twee afzonderlijke voertuigen. Eén daarvan daalt af naar het maanoppervlak terwijl de ander om de maan blijft cirkelen.

Voordat de astronauten terug naar huis gaan, moeten beide voertuigen weer aan elkaar gekoppeld worden. Iets wat makkelijker gezegd is dan gedaan als je met tienduizenden kilometers per uur door de ruimte scheert. Drie maanden na die eerste test slagen astronauten Dave Scott en Neil Armstrong erin zo’n koppeling voor elkaar te krijgen. Nadat het proces in de daaropvolgende missies verbeterd wordt, staat niets een reis naar de maan nog in de weg.

Beeld: NASA

Steun Ruimtevaartverhalen.nl

Vond je dit een interessant ruimtevaartverhaal? Via de module hieronder kun je Ruimtevaartverhalen steunen. Selecteer het bedrag dat je wil doneren, klik op ‘Doneer’ en doorloop de stappen die volgen.

 

Totaal: € -