Hoofdstukken

1. Terug in de tijd

In de Back to the Future-filmreeks ziet het er zo simpel uit: tijdreizen. Je stapt in een door een gekke professor verbouwde auto en je geeft een flinke spuit gas. Daardoor schiet je over de weg – en als je maar snel genoeg gaat, ook in de tijd. Of achteruit natuurlijk.

Helaas voor ons: in een auto stappen en even naar het verleden rijden is in het echte leven niet mogelijk. Maar terug in de tijd kíjken kan wél. Het enige dat je daarvoor hoeft te doen is… omhoog kijken. Naar de zon bijvoorbeeld. Een zonnestraal doet er door de afstand tussen de zon en de aarde 8 minuten over om ons te bereiken. Kijk je omhoog, dan zie je dus de zon zoals hij er 8 minuten geleden uitzag.

Miljarden zonnen
In het universum barst het van de zonnen, die allemaal hun eigen licht uitstralen. Het zijn de sterren die je ’s nachts aan de hemel ziet. De ster die het dichtst bij ons staat, Proxima Centauri, bevindt zich op een slordige 40 biljoen kilometer bij ons vandaan. Het licht van deze ster doet er 4,24 jaar over om ons te bereiken. Kijk je naar Proxima Centauri, dan zie je hem dus zoals hij er 4,24 jaar geleden uitzag en kijk je als het ware terug in de tijd.

Proxima Centauri is met het blote oog niet te zien. Je hebt een telescoop nodig om hem te spotten. Hoe groter zo’n telescoop, hoe meer je ermee kunt zien. Met de juiste telescoop kun je zelfs helemaal terugkijken naar het moment vlak na de big bang, de grote knal waarmee het universum is ontstaan.

Dat is precies wat de Europese ruimtevaartorganisatie ESA sinds 2009 doet met Planck. Planck is een telescoop die de zogenoemde kosmische achtergrondstraling in kaart moet brengen. De kosmische achtergrondstraling is de straling die vlak na de oerknal vrijkwam. De straling ontstond toen superkleine deeltjes als protonen, elektronen en fotonen in de ruimte op elkaar botsten. En bij die botsingen, daarbij kwam licht vrij.

Gevangen in de ruimte
Net als het licht van Proxima Centauri en andere sterren is de kosmische achtergrondstraling ‘gevangen’ in de ruimte. Doordat het universum na de oerknal steeds verder is gaan uitdijen, raakte dat oerlicht ook steeds verder uitgerekt. Daardoor werd het steeds moeilijker om het te zien.

De kosmische achtergrondstraling is nu nog nauwelijks te meten, maar niet onmogelijk. Al die tijd na zijn lancering in 2009 speurde Planck met zijn supergevoelige camera’s de interstellaire horizon af. In die periode verzamelde hij genoeg gegevens om de kosmische achtergrondstraling in kaart te brengen. Plancks meetgegevens leveren uiteindelijk één beeld op. Een foto met een prijskaartje van zo’n 700 miljoen euro.

Donkere energie
In maart 2013 deed ESA de belangrijkste resultaten van zijn Planck-missie uit de doeken. En die resultaten zijn niet mis. Plancks sterrenkaart laat zien dat er in het universum veel minder donkere energie is dan wetenschappers voorheen dachten. Donkere energie is een mysterieuze goedje dat ervoor zorgt dat het heelal steeds verder uitdijt. Hoe meer ervan is, hoe sneller het universum ‘groeit’.

Wetenschappers gebruiken die kennis om uit te rekenen hoe oud het universum moet zijn. Door de nieuwe kennis die we dankzij Planck hebben opgedaan, weten we nu dat het heelal 100 miljoen jaar ouder is dan dat we voorheen dachten: zo’n 13,82 miljard jaar!

Beeld: ESA

Steun Ruimtevaartverhalen.nl

Vond je dit een interessant ruimtevaartverhaal? Via de module hieronder kun je Ruimtevaartverhalen steunen. Selecteer het bedrag dat je wil doneren, klik op ‘Doneer’ en doorloop de stappen die volgen.

 

Totaal: € -